Volledige reactie wethouder Derksen over vertrek Adviesraad Sociaal Domein
Wethouder Frans Derksen vindt niet dat er een verstoorde relatie was met de inmiddels opgestapte Adviesraad Sociaal Domein (ASD). Wel spreekt hij van een 'verschil van inzicht' over de rollen en taken van de ASD.
Alle leden van de ASD kondigden afgelopen zaterdag hun vertrek aan. Ze uiten forse beschuldigingen in de richting van de ambtelijke top en de wethouder. Lees hieronder de volledige reactie van wethouder Frans Derksen op persvragen van Heuvelland Vandaag.
“Ik heb de brief gelezen die de ASD naar de gemeente heeft gestuurd over het collectieve ontslag. Ik vind het jammer dat de ASD dit besluit heeft genomen maar respecteer de beslissing van de ASD.
Ik heb vanuit de gemeente meerdere handreikingen gedaan om te werken aan een oplossing. Ook heb ik meerdere keren gevraagd om met (een delegatie van) de ASD hierover te mogen spreken, maar daar heeft de ASD geen gebruik van gemaakt.
Zoals ik ook in de raadsvergadering (door u aangehaald in de uitzending van 25 september jongstleden) heb aangegeven spreek ik niet van een verstoorde verhouding. U verwijst hierbij naar een tegenstelling, omdat in de brief (die namens het college op 28 juni is verstuurd naar de ASD) staat dat op 8 juni een overleg heeft plaatsgevonden over de ‘verstoorde relatie’. Echter: de gemeente verwijst hiermee terug naar de inhoud van de brief die de ASD op 1 mei 2023 naar het college heeft verstuurd en waarin de ASD de term ‘de verstoorde werkverhouding’ hanteert. Dit was vervolgens ook onderwerp van gesprek op 8 juni. Dat er sprake is van een verstoorde verhouding / werkrelatie is de beleving van de ASD. Als portefeuillehouder sta ik daar anders in. Ik vind dat er verschil van inzicht is over de rollen en taken van de ASD. Daarom heb ik de ASD meerdere keren uitgenodigd om hierover van gedachten te wisselen en naar een oplossing te zoeken. Helaas is de ASD niet op mijn uitnodiging ingegaan.
Verder stelt de ASD dat ik de vertrouwelijkheid van het gesprek op 8 juni heb verbroken, door het in het college te bespreken. Het is echter mijn taak als portefeuillehouder om het college van B&W te informeren over de stand van zaken. Daar hoort ook bij dat ik in het college heb gezegd dat ik op 8 juni een gesprek heb gehad met de volledige ASD over, zoals de ASD dit noemt, de ‘verstoorde verhouding’. Zoals ik dat ook heb toegezegd is de in dat gesprek besproken inhoud vertrouwelijk en heb ik daar geen informatie over gedeeld. Wel heb ik mijn collega-collegeleden mogelijke oplossingen voorgelegd om uit deze situatie te komen. De ASD is namelijk een adviesorgaan van het college van B&W. Ik vind het jammer dat de ASD dit anders uitlegt en dat ze dit signaal niet bij mij als portefeuillehouder heeft neergelegd. Ik heb de ASD meerdere keren aangegeven met een afvaardiging te willen praten over mogelijke oplossingen. Helaas heb ik daar geen reactie op gehad.
Volgens de ASD zou ik de voorzitter, de heer Botterweck, opzij hebben geschoven door zijn voorzitterschap niet te verlengen. Het proces is als volgt verlopen. Op 28 mei 2019 heeft het college besloten om de heer Botterweck als onafhankelijke voorzitter van de ASD te benoemen voor de duur van maximaal 4 jaar, vanaf 1 juli 2019. De voorzitter heeft toen een aanstellingsbrief ontvangen waarin deze zittingstermijn duidelijk staat genoemd. Deze brief vindt u terug in bijlage 1. Omdat de termijn op 1 juli 2023 afliep, is al in een vroeg stadium (april) met de voormalige voorzitter hierover gesproken. Ook heeft hij per brief een bevestiging van de aflopende termijn ontvangen (zie bijlage 2).
In de huidige regeling staat dat de leden van de ASD herbenoembaar zijn, met een maximale zittingsduur van 8 jaar. Ook staat in de regeling dat de voorzitter geen lid is van de adviesraad. Het is een onafhankelijke voorzitter, die wordt benoemd door het college. In de regeling is geen artikel opgenomen over een mogelijke herbenoeming. Daarom stellen we de vacature opnieuw open.
Ik vind het jammer dat de ASD dit anders uitlegt. Het feit dat ik een andere visie heb op rollen en taken impliceert niet dat ik daarom iemand aan de kant wil schuiven. Ook geeft u in uw nieuwsuitzending aan dat de heer Botterweck geen kans maakt als hij opnieuw solliciteert naar de voorzittersfunctie. Dit is de uitleg die de heer Botterweck zelf hieraan geeft.
Als laatste reageer ik graag op de indruk van de ASD dat ik als wethouder zou hebben gezegd dat de voormalige voorzitter geen oor en oog zou hebben voor de kwetsbare inwoners van de gemeente. Ik verwijs u naar het eerder verschenen krantenartikel in dagblad De Limburger. Hierin zeg ik dat door het optreden van de voormalige voorzitter signalen vanuit de achterban (inwoners van Gulpen-Wittem die afhankelijk zijn van hulp en ondersteuning van de gemeente) volgens het college onvoldoende terecht kwamen bij ambtenaren en bestuurders. Die signalen mis ik en dit heb ik ook meerdere malen aangegeven bij de ASD.
Ik ga er van uit dat bovenstaande reactie het verhaal voor u als omroep compleet maakt”.



