Column Jacques Giesen: Presidenten
Presidenten
Langzamerhand begint mijn irritatie toe te nemen bij het verorberen van de vele verkiezingsprogramma’s op radio en televisie, die ik de hele dag krijg te zien. Bij het ontbijt komen er in mijn geval nog twee kranten bij die me nog meer verkiezingsnieuws door mijn strot te duwen.
Dit klinkt onaangenaam maar intussen hangt het aangeboden verkiezingsvoer mij werkelijk de keel uit. Waardoor komt dat nu? Zeer vreemd voor iemand zoals ik. Ik volg alle politiek tot in detail vanaf mijn twaalfde jaar. Ik heb mij zelfs jaren geleden laten verleiden om een lokale politicus te worden, al duurde dat slechts twee jaren. Ik gaf er de brui aan. Het was mij niet snel genoeg, te stroperig, teveel bureaucratie en meer van die cliche’s om mijn eigen onvermogen te bedekken.
Dat gezegd hebbende in een vlaag van zelfreflectie, dien ik mijn irritatie nader te duiden en wel van wege het vreselijke gezeur over wie er premier moet worden in Nederland. Als ik de journalisten het vuurtje hoor opstoken, lijkt het alsof wij
net zoals de Fransen, de Turken, de Amerikanen of de Russen een echte president hebben met grondwettelijke machten. Presidenten met heel veel mogelijkheden op eigen houtje van alles te besluiten.
In Nederland is sowieso het parlement de baas en zijn de afzonderlijke ministers verantwoordelijk voor het ministerie waarvoor zij benoemd zijn. De premier zorgt ervoor dat zij goed met elkaar samenwerken. Waarom wil ik dat uitleggen? Ik denk dat er een gevaar zit achter die voortdurende vraag naar wie zal premier kan worden. Heel veel mensen willen graag een machtsfiguur hebben, die met zijn kennis, inzicht en vooral charisma Nederland op orde moet brengen. In crisistijden roept men graag om de sterke (meestal) man. Vandaar dat gejammer over Rutten waarvan velen stiekem denken dat hij een president was en die het dus op eigen houtje slecht heeft gedaan.
'Oprotten' is een uitspraak van Derksen. Hij moest dus weg. Als dat zo is dan hebben alle ministers wel behoorlijk zitten te slapen en werden ze vooral niet afgestraft door de leden van het parlement voor het dom en verkeerd uitvoeren van veel slechte ondoordachte plannen. Daarom is mijn aanbeveling om bij het aankruisen van de stem op 22 november, op het overigens veel te lange stembiljet, om het rode potlood te laten zoeken naar de partijen die de nadruk leggen op de macht van het parlement. Zij die de Nederlandse democratische gezindheid vertegenwoordigen en niet op zoek zijn naar het ultieme charisma van een afgod als minister president.
Mijn angst en irritatie ontstaan door het gevaar dat het volk blijkbaar liever een sterke, machtige en te aanbidden leider wil. Vrouw of man. Dat is een zwak geloof in de voordelen en met name de vreugde van de democratie. Mijn idee is dat we de democratie met al zijn gebreken blijvend dienen te verdedigen tegen de machten van de overdreven zucht naar sterke leiders.
Ik zeg: presidenten: bah, foei! Leve de koning zonder macht: hoera, hoera, hoera!
Jacques Giesen



